|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Het begin van het leven - het begin van de vitaliteit |
 |
Een pasgeboren kind draagt
de eigenschappen voor een grote vitaliteit al in zich. Het leert te ademen,
bewegen, lopen, zijn lichaam op de juiste manier te gebruiken en zijn
vermogen om te leven op pientere wijze te trainen.
Het leert tegelijkertijd ook lachen, zijn ouders herkennen en praten en
communiceren. Het ontwikkelt een nieuwsgierigheid voor zijn omgeving en
leert te voorzien in de emotionele en mentale behoeften van het leven -
het leert vitaal te zijn. |
 |
|
|

 |
|